Bij De Ontdekkers ‘worden ze iets’ in ieder thema

Meubelmaker, chef of kermisexploitant

Terug naar ovezicht

Met het hele kindcentrum een festival organiseren, meedoen aan een meubelmakerswedstrijd en daarbij uitgebreide rollenspellen spelen: bij De Ontdekkers is dat heel normaal, vertellen pedagogisch professional Mireille ter Berg en leerkrachten Floortje Kerkhoven en Judith Koel.

Kindcentrum De Ontdekkers werkt volgens het Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO), gebaseerd op de cultuurhistorische theorie ‘zone van de naaste ontwikkeling’ van psycholoog Lev Vygotski.

“Daardoor werken we bijna niet met methodes”, trapt Judith af, die dit jaar voor groep 3/4 staat en de kartrekker van het OGO is binnen het kindcentrum. “We maken een plan met thema’s met daarbij een verdeling van de doelen voor twee jaar en zorgen voor afwisseling voor elke combinatiegroep. Daarbij staat de vraag waar we kinderen nieuwsgierig mee maken en AAN krijgen, altijd centraal.”

“Tijdens alle thema’s hebben we vanaf groep 1/2 ook een langlopende schrijfactiviteit, waar we doelen aan koppelen voor taal en spelling”, vult Floortje aan, die de afgelopen jaren groep 3/4 draaide, en nu voor een kleutergroep staat. “Die langlopende schrijfopdracht vanaf het begin van de basisschool is vrij uniek, dus daar zijn we trots op. We bedenken deze van tevoren, zodat ze passen bij het curriculum en de kerndoelen, maar ook bij het thema waar we aan werken.”

Restaurant bij de peuters

Mireille werkt bij De Ontdekkers in de opvang, op de VVE-peutergroep. “Bij de kleinsten volgen we soms het thema van groep 1/2, maar we doen soms ook ons eigen thema. Vorig schooljaar hadden wij het thema ‘wij werken in een restaurant’. Vaak begin ik in de kring met een schattenmand met spullen die te maken hebben met het thema. Daarna bouw ik het langzaam uit met een themaboek, themahoek, thematafel en activiteiten.”

“Rollenspellen zijn hierbij heel belangrijk: we wisselen bijvoorbeeld tussen ‘werken’ in het restaurant (als kok met een zelfgemaakte koksmuts op, of in de bediening) en als klant komen eten. Ook als pedagogisch professional speel ik mee in de themahoek. Zo kan ik het spel verdiepen door er een probleem in te brengen en kinderen die op de achtergrond blijven, betrekken in het spel. Tijdens het thema ‘restaurant’ hebben we elke dag gekookt, onder andere appelmoes en stamppot. Toen mochten de kinderen zelf de aardappelen stampen en het gerecht uiteraard proeven.”

Festival en kermis: organiseren en leren

“Een recent thema dat een gigantisch succes werd, was 'Het Ontdekkersfestival’”, vertelt Judith. “Kinderen in groep 7/8 waren de projectmanagers: zij hielden het overzicht en deelden de taken uit. Groep 5/6 verzorgde het entertainment in de vorm van theater en muziek. De oudste kinderen van de BSO gingen koken, de jongsten maakten water met smaakjes en de peuters gingen als bezoekers naar het festival. De schrijfopdracht was om reclameposters te maken. De hele wijk was uitgenodigd en het werd een fantastische middag.”

Floortje bedacht daarna het thema ‘kermis’, samen met meester Sam. “We begonnen met een video waarin we samen naar de kermis gingen en wat we daar hadden beleefd. We konden het perfect koppelen aan leerdoelen voor verschillende vakken. Met de onder- en middenbouw gingen we touwtje trekken met letters en daar woorden van maken, voor rekenen vingen we eendjes met getallen erop (met de opgetelde score mocht je een kleine of grote prijs kiezen), we maakten prijskaartjes voor de kermiskramen en oefenden met betalen voor de kermis als bezoeker. De bovenbouw ging wat meer de diepte in en boog zich over de constructie van een achtbaan: hoe werkt het bijvoorbeeld met de aandrijving en loopings?”

Naar de bouwmarkt en meubels maken

“In elk thema ‘worden we iets’”, vertelt Judith. Voor de zomervakantie hadden we het thema 'De meubelmakerswedstrijd’. Toen werden we meubelmakers, medewerkers en klanten in onze ‘bouwmarkt’ op de gang. Kinderen kruipen altijd in de huid van iemand die binnen het thema past.”

“Met de onderbouw deden we (zogenaamd) mee aan een meubelmakerswedstrijd tussen kindcentra”, legt Floortje uit. “De vader van Indy, mijn duo, is aannemer en timmerman. We hebben hem ingeschakeld om de meubelmakerswedstrijd aan te kondigen, met de eisen waar elk meubel aan moest voldoen - zoals grootte, stevigheid en afwerking. We bezochten het meubelmakerscollege om te onderzoeken hoe je meubels maakt. Voor de schrijfopdracht maakten ze een omschrijving van het meubel en vertelden ze hoe het gemaakt is. Er kwam ook een ‘jury’ die de meubels en teksten beoordeelde.”

“Met de onder- en middenbouw gingen we naar een bouwmarkt, en uiteindelijk hebben we zelf een bouwmarkt geopend in de gang. Compleet met gereedschap, bouwmaterialen en een kassa. Ook de rekendoelen komen dus betekenisvol aan bod. Qua taal gingen we onder andere aan de slag met de ou-klank via liedjes en teksten en maakten we een bouwtekening met beschrijving van de stappen.”

Bruisend en betrokken

“Door deze manier van werken bruist het bij De Ontdekkers”, stelt Judith. “We zijn een ondernemend en enthousiast team van pedagogisch professionals en leerkrachten en dat brengen we over op de kinderen. Als we ergens op bezoek zijn tijdens een uitje, horen we vaak terug dat de kinderen zulke goede vragen stellen. Dat is precies het doel van OGO: nieuwsgierig en onderzoekend zijn en dingen doen.”

“De ouderbetrokkenheid is ook ontzettend hoog”, vult Floortje aan. “Familieleden van de kinderen helpen met de voorbereidingen, nemen spullen mee en gaan graag mee als we uitjes hebben. Het voelt écht als een samenwerking, als wij.”

Doelgericht ontwikkelen zonder methodes

Voor het bijhouden van de ontwikkeling van alle kinderen gebruikt het team van De Ontdekkers het digitale leerlingvolgsysteem HOREB (Handelingsgericht Observeren, Registreren en Evalueren van Basisontwikkeling). “Voorafgaand aan ieder thema maken we een plan en leggen we voor iedere groep de leerdoelen binnen het thema vast”, vertelt Judith. “En in HOREB houden we van ieder kind de ontwikkeling bij.”

“Omdat het thema-onderwijs zo betekenisvol is, blijven zowel de kinderen als het team altijd gemotiveerd”, vult Floortje aan. “We starten de ochtend niet met ‘pak je werkboek erbij, we gaan spelling doen’, maar met een leuke tekst in het thema waarmee de kinderen de leerdoelen halen.”

Mireille vindt het eigenaarschap van de kinderen mooi om te zien. “Doordat opvang en onderwijs naadloos in elkaar overlopen, komen de oudste kinderen regelmatig voorlezen of muziek maken bij de jongste groepen. Een keer in de 6 tot 8 weken hebben we Ontdekkersochtend, dan mogen peuters en alle broertjes en zusjes komen spelen. De bovenbouw begeleidt dat: zij krijgen allemaal een jonger kind onder hun hoede en dat gaat altijd hartstikke goed.”

Trots op het vak(manschap)

Ontwikkelingsgericht(e) opvang en onderwijs vraagt logischerwijs een andere aanpak van een team op een kindcentrum dan wanneer er voor elk vak lesmethodes gebruikt en gevolgd worden. “We moeten zelf altijd nieuwsgierig en creatief blijven, net als de kinderen”, vertelt Mireille. “Als je er even niet uitkomt, zijn er gelukkig genoeg collega’s om mee te sparren en activiteiten om samen te organiseren. Voor mij is vakmanschap als ik het hele thema en de VVE-doelen goed heb opgeschreven in HOREB, zodat mijn collega’s en ik het thema sterk kunnen neerzetten. Als ik zie dat de kinderen het helemaal omarmen en alles leuk vinden, is dat voor mij vakmanschap.”

“Als team moeten we zorgen dat alles wat we doen in HOREB komt te staan: het plan voor ieder thema per groep, een planning, een logboek van de doelen en vorderingen per kind en de uitwerking van de schrijfopdracht”, vervolgt Judith. “Dit kost tijd, maar we worden er steeds beter in en het werkt goed.”

“Mijn vakmanschap voel ik als ik thuiskom na een dag werken en ik trots ben op de kinderen, mezelf en de dingen die we hebben gedaan”, grijnst Floortje. “In het bouwthema hadden we foto’s gemaakt van gereedschap en daar stempelden de kinderen de namen onder. Toen ik vroeg aan een jongen wat hij geschreven had, zei hij: 'Nou, letters!’. Dus ik vroeg door, naar wat er stond. ‘Nijptang, juf. Je kunt toch lezen?’ Dat was een schitterend moment. Als ik zie hoe de kinderen de hele dag werken aan hun leerdoelen binnen een thema en daar razend enthousiast over zijn, ben ik ook blij. Dat is waarom ik leerkracht ben.”

Andere verhalen