Schuurpapier - Doorstroomtoets versus vakmanschap

Schuurpapier

Terug naar ovezicht

Op kindcentrum De Kerkuil in Limmen hebben we vertrouwen in elkaars vakmanschap en de motivatie om te blijven leren en samen te ontwikkelen. Zo ook in de manier waarop we het beste willen voor de kinderen: we volgen ze, kijken wat ze nodig hebben en helpen ze verder. Soms is een toets daarbij helpend, maar meestal niet; het voelt toch vaak als een afrekening op fouten.

En toch is dat de manier waarop - aan het einde van hun tijd bij ons - het leren wordt gecontroleerd. Of eigenlijk: een klein deel daarvan. Want alles wat niet meetbaar is, valt buiten beeld. Dus blijven er twee vakgebieden over: taal en rekenen.

Er zijn mensen die dat de essentie van onderwijs noemen. De basis. Daar moet de meeste tijd naartoe, vinden zij. Gelukkig zien steeds meer mensen hoe smal dat is. Iedereen die voor een groep staat, weet dat leren veel breder is. Leren hoe je je verhoudt tot jezelf, tot een ander, tot de maatschappij. Dat is onze pedagogische opdracht. Dat voel je, zeker als je al jaren met kinderen werkt, je ontwikkelt en reflecteert met collega’s.

En juist dan, na al die jaren van begeleiden en stimuleren, dragen we kinderen over aan het voortgezet onderwijs. En precies op dat moment volgt controle. Bewijslast. De doorstroomtoets moet worden afgenomen.

Prestatiedrang komt bovendrijven. Niet “passend”, maar “hoog” wordt belangrijk. Alsof een score iets zegt over het kind, over de toekomst, over ons vakmanschap. Kan dat? Nee. Gebeurt het? Ja.

In Nederland kiezen we ervoor om kinderen op hun twaalfde te verdelen over schoolsoorten die het voortgezet onderwijs aanbiedt. Is dat een goed moment? Natuurlijk niet. Maar zolang dat zo is, blijft de vraag: laten we dat oordeel over aan een toets, of aan de professionals die het kind echt kennen?

Helga Dol
Directeur onderwijs
De Kerkuil

Andere verhalen